Home Filosofie Duitsland wijnland Wijnstreken De wijnen Wetenswaardigheden Wijn-Spijs Proeverijen Contact
Importeur van Duitse kwaliteitswijnen
Wijnhuis Anneville 2015
Klassificatie van Duitse wijnen In Duitsland kent de klassificatie een drietal soorten tafelwijn of landwijn, kwaliteitswijn en kwaliteitswijn met predicaat. Dit is te vergelijken met andere Europese landen. Het voordeel is dat de wijnboer zich moet houden aan de door de wetgever vastgestelde criteria. Niet alles mag en dat is meestal goed. Het grote nadeel is echter dat de wijnwet minder ruimte laat voor experimenten, bijvoorbeeld met druiven die niet zijn toegelaten in een bepaald gebied. Soms is de wijnboer dan veroordeelt tot een lagere klasse, terwijl de wijn fantastisch is. een tweede nadeel is dat deze klassering vooral aangeeft hoe de wijn technisch gemaakt is (vooral de hoeveelheid suiker in de most). Dat is niet altijd een garantie voor goede wijn; er zijn meer factoren van belang voor de kwaliteit van de wijn, bijvoorbeeld fysiologische rijpheid en het zuurgehalte. Tafelwijn of landwijn Deutscher Tafelwein en Deutscher Landwein zijn wijnen die in sommige gebieden geproduceerd mogen worden (de landwijn is overigens van iets betere kwaliteit dan de tafelwijn. Vaak betreft het wijnen van een wijngaard die de maximale toegestane opbrengst hebben overschreden. Dit kunnen dan nog best aardige drinkwijnen voor iedere dag zijn. Vaak aangeboden in literfles. Soms is er een andere reden, waarom men niet voldoet aan de eisen van de hogere klasseringen in het gebied. Dit kan het geval zijn als er druiven gebruikt worden die in het gebied niet verbouwd mogen  worden. Dit geeft soms een prachtige wijn. Een relatief hoge prijs kan hiervoor soms een indicatie zijn. Qba: Qualitätswein bestimmter Anbaugebiete De regels voor deze classificatie zijn in ieder wijnbouwgebied vastgesteld. De druiven voor deze wijn moeten uit dat gebied komen. De verschillen zitten vooral in de voor het gebied toegestane druivensoorten, maar ook in het minimale suikergehalte in de most. Chaptaliseren (toevoegen van suiker) is binnen grenzen toegestaan. Qualitätswein mit Prädikat (QbA mit prädikat) De herkomstgebieden van deze prädikat-wijnen worden nauwkeuriger omschreven dan bovengenoemde QbA wijnen. Ook in deze klasse moeten de wijnen van bepaalde druivensoorten gemaakt zijn en een minimaal mostgewicht hebben. Er mag geen suiker worden toegevoegd. Chaptaliseren is verboden. Bij wet wordt de eerste oogstdatum jaarlijks bepaald. Aan wijnen uit deze categorie worden nog meer hoge eisen gesteld. Type, rijpheid, harmonie en elegantie van de wijnen spelen een belangrijke rol. De aanduiding (prädikat) zegt iets over het mostgewicht (natuurlijke suikers in de druif) en het tijdstip van oogsten (oplopend van vroeg in het oogstseizoen naar laat, met als doel steeds rijpere druiven). We kennen: Kabinett: De druiven voor deze klasse worden als eerste van de prädikat-wijnen geoogst. Het minimale mostgewicht is 73° Oechsle. Spätlese : Betekent 'laat geplukt'. De druiven voor deze wijn hebben langer dan de Kabinett druiven kunnen rijpen. Het minimale mostgewicht dient 85° Oechsle te zijn. Auslese: Betekent 'uit-gezocht'. Uit de druiventrossen worden handmatig de onrijpe druiven verwijderd. De gemiddelde rijpheid van de trossen ligt hierdoor hoger dan bij Spätlese. Hierdoor kan er een hoger Oechslegehalte van 95° aangehouden worden. Beerenauslese: Betekent letterlijk druiven (bessen) stuk voor stuk uitgezocht. De meest (over)rijpe druiven worden uit de druiventrossen geselecteerd. De schillen van deze druiven kunnen zelfs al een beetje een Edele rotting ondergaan. Het Oechslegehalte komt dan boven de 125°. Trockenbeerenauslese: Dit wijntype wordt onregelmatig eens in de vier à tien jaar geoogst. Het tijdstip van oogsten is vaak nog later dan bij Beerenauslese. Vrijwel alle druiven zijn  dan door toedoen van de Edele rotting, de z.g. edelfäule, aangetast. De druiven zien eruit als verschimmelde rozijnen maar zijn gevuld met zeer geconcentreerd sap. ‘Trocken’ slaat dus op de ingedroogde druiven en niet op de smaak van de wijn. Het Oechslegehalte van de most komt boven de 150°. Vanwege de zeldzaamheid, hoeveelheid arbeid en hoge risico's voor de wijnboer is het een zeer kostbare wijn. Eiswein: De druiven voor deze wijn worden op ongeveer de zelfde wijze geoogst en geperst als de druiven voor de Beerenauslese. Echter, bij een temperatuur onder de -7° Celsius. Omdat het water in de druif bevroren is wordt alleen het sapconcentraat, druivensuiker en smaakstoffen voor de wijn gebruikt. Het Oechslegehalte zal ook bij deze wijn boven de 125° liggen. Hoewel bij deze typering de most steeds meer suiker bevat hoeft dit niet te betekenen dat de wijn die ervan gemaakt wordt ook steeds zoeter is. Dat hangt af van het moment dat de vergisting wordt gestopt. Dus een Auslese kan nog steeds een droge wijn zijn. De classificatie is vooral een typeaanduiding. Wijnen die aan minimale technische eisen zullen voldoen. Het zit zo, in het verleden was het suikergehalte van de druiven één van de belangrijkste bepalende factoren om het juiste oogsttijdstip te bepalen. Tegen- woordig komt men meer en meer tot het besef dat er meer factoren de uiteindelijke kwaliteit van de wijn gaan bepalen. De hoe- veelheid en de samenstelling van de zuren in de druiven, de kwaliteit van het extract en de fysiologische rijpheid spelen steeds een grotere rol. Zo zijn er zeer hoogwaardige Kabinettwijnen tegenover matige Beerenauslese-wijnen.